mantelzorgwoning

Hoe Krijg Je een Mantelzorgwoning in Je Achtertuin?

Ik zie het steeds vaker om me heen gebeuren, ouders en schoonouders die in de achtertuin van de kinderen gaan wonen of in een ander gedeelte van het huis zelf. Ik vind het zelf wel een mooie ontwikkeling, dat we wat meer voor onze naasten gaan zorgen. En misschien is het ook wel steeds meer noodzakelijk met de huidige woningkrapte en personeelgebrek in de zorg. Maar hoe pak je dit eigenlijk aan? Wat is er allemaal mogelijk? Ik vroeg het jullie op mijn sociale media. In deze blog lees je de stappen die je moet nemen om een mantelzorgwoning succesvol te realiseren.

Stap 1: Verken de Wettelijke Voorwaarden

Voordat je begint met het plannen van een mantelzorgwoning, is het essentieel om de wettelijke voorwaarden te onderzoeken. Gelukkig is er steeds meer mogelijk met zorgwoningen. In veel gemeenten is het toegestaan om zonder omgevingsvergunning een mantelzorgwoning te plaatsen, maar er zijn wel specifieke regels waaraan je je moet houden. Denk hierbij aan de grootte van de woning en de afstand tot de erfgrens. Informeer bij de lokale overheid naar de exacte eisen.

Gerrie: “Ik dacht dat er niet zoveel mogelijk was, maar de regels zijn bij ons in de gemeente nu versoepelt. Ik ben blij dat ik even geïnformeerd heb, nu weten we wat mogelijk is en gaan we de boel in gang zetten.”

Stap 2: Bepaal de Behoeften van de Zorgontvanger

Mantelzorgwoningen komen in verschillende soorten en maten, en wat geschikt is hangt af van de zorgbehoeften van de ontvanger. Overweeg welke aanpassingen nodig zijn, zoals beugels, verhoogde toiletten of drempelloze toegang. Een goede inventarisatie van de behoeften zorgt dat de woning comfortabel en functioneel is.

Tialda: “Wij hebben het andersom gedaan. Wij huren het achterhuis van mijn schoonouders. Zij wonen zelf in het voorhuis. De huizen zitten met de konten tegen elkaar. Groot erf rondom. Tuinen zijn gescheiden, dus huis en tuin gewoon voor elk zelf. De moestuin delen we. We hebben een goed contact. Wij helpen hun met het onderhoud van de huizen en tuin en indien nodig met mantelzorg, zij ondersteunen ons met oppas van ons kindje. Zij zijn nu nog volledig gezond en zelfredzaam. Maar al wel 70+.”

Stap 3: Kies de Juiste Locatie voor de mantelzorgwoning

De keuze van de locatie van de mantelzorgwoning is belangrijk voor zowel de privacy van de hoofdbewoners als degenen die de mantelzorg ontvangen. Het is daarnaast ook van belang dat de mantelzorgwoning goed bereikbaar is voor hulpdiensten en dat er voldoende daglicht is. Plaats de woning zo dat je (schoon)vader of moeder zich zelfstandig kan voelen en toch dichtbij genoeg is voor de benodigde zorg.

Yolien: “Vorig jaar hebben we een generatiewoning gebouwd voor mijn ouders bij ons in de tuin. Genoeg ruimte voor ons beide en ook genoeg privacy voor beide. Maar ook samen meer momenten en mijn mams verast ons op lange werk dagen met een rondje avondeten of ze heeft een wasje gedraaid. Echt super fijn dat wij dit zo hebben kunnen doen.”

Stap 4: Ontwerp en Budget

Afhankelijk van de behoeften en de lokale regelgeving, kun je een ontwerp maken voor de mantelzorgwoning. Hierbij moet je ook een duidelijk budget opstellen. Het is verstandig om verschillende offertes op te vragen en zo een overzicht te krijgen van de mogelijke kosten.

Yvonne: “Wij hebben het huis van mijn moeder gekocht. Maar moeders mag blijven wonen zodat wij voor haar kunnen zorgen. En wat hebben wij het fijn met zijn drieën.”

Rianne: “Vergeet niet om ook goed naar de fiscale en financiële gevolgen te kijken van tevoren.”

Stap 5: Realisatie van de mantelzorgwoning

Met het ontwerp en budget in de hand, kun je beginnen met de realisatie van de mantelzorgwoning. Je kunt kiezen voor een prefab woning, wat vaak sneller en mogelijk goedkoper is, of voor een traditioneel gebouwde woning. Zorg er altijd voor dat de bouw voldoet aan de lokale bouwvoorschriften en dat je de juiste professionals inschakelt voor de bouw.

Helma: “We wonen zelf in een vrijstaand huis, m’n schoonouders wonen in een mantelzorgwoning, achter op het erf. D.m.v. recht van overpad bij onze buren kunnen ze zelfs met hun auto achter komen en naast hun huis parkeren. De mantelzorgwoning hebben ze laten bouwen maar als ze er niet meer kunnen wonen moet deze weer van ons erf af. Dat kan ook gewoon, in 2 delen op een dieplader. Hun huis is 84m2. Ze hebben een terras van 33m2, een opritje, een schuurtje met een kleine veranda. Ze willen nooit meer weg daar.”

Stap 6: Aanpassingen en Inrichting

Na de realisatie van het gebouw, is het tijd voor de interne aanpassingen en inrichting. Houd rekening met de mobiliteit van de zorgontvanger en zorg dat de ruimte niet alleen functioneel, maar ook gezellig en huiselijk is.

Helma: “Het is fijn om ze dichtbij te hebben wonen. Ze redden zichzelf nu nog goed maar door wat chronische ziekten verwachten we in de toekomst wel hulp te mogen bieden. Voor de mantelzorgwoning hadden we trouwens wel een verklaring nodig van de huisarts.”

Stap 7: Zorg en Onderhoud

Nu de mantelzorgwoning staat, is het belangrijk om ook na te denken over het onderhoud ervan. Houd de woning in goede staat zodat het een veilige en aangename omgeving blijft voor je (schoon)ouder(s).

Het plaatsen van een mantelzorgwoning is een prachtige stap om de zorg voor een dierbare zo aangenaam mogelijk te maken. Door deze stappen zorgvuldig te volgen, zorg je ervoor dat je een woning realiseert die aan alle wettelijke eisen voldoet en comfort biedt aan degene die deze zorg nodig heeft.

Wendy: “Ik zou dit met mijn man graag op langere termijn met mijn eigen kinderen willen als zij daar tegen die tijd nog voor open staan. Lijkt me heerlijk; een eigen community idee.”

Op de website van het NOS staat een leuk filmpje met een interview met een mevrouw die in een mantelzorgwoning woont bij haar dochter in de tuin.

Zou jij dit voor je (schoon)ouders doen als het mogelijk was? Of misschien heb jij ze al in je achtertuin wonen? Ik hoor graag je ervaring!

10 Tips voor het organiseren van je spullen

Het organiseren van je spullen kan overweldigend zijn, maar een opgeruimd huis zorgt voor een opgeruimde geest. Hier zijn tien praktische tips die je kunnen helpen bij het aanbrengen van orde in de chaos.

1. Begin met ontspullen

Een inkoppertje natuurlijk. Want wat je niet hebt, hoef je ook niet op te ruimen! Laat staan te ‘organiseren’. Dus, hup hup, weg met die overbodige spullen! Maak drie stapels: houden, weggeven of in de container. Wees kritisch over wat je echt nodig hebt.

2. Gebruik opbergdozen of -potten

organiseren

Opbergdozen zijn ideaal om spullen te organiseren en snel weer terug te vinden. Soms zijn opbergdozen handig wanneer ze doorzichtig zijn en je kunt zien wat er in zit en soms is dat juist weer heel onrustig. Soms is met deksel handig, zodat alles stofvrij blijft en soms is dat juist weer niet handig. Kijk goed naar welk opbergsysteem handig is voor jouw spullen. Koop nooit opbergers voordat je flink hebt geminimaliseerd. Want wat je niet hebt, hoef je niet op te bergen.

3. Maak gebruik van labels

Heb je een wand vol met opbergbakken? Dan moet je hoofd alsnog heel erg je best doen om te bedenken wat waar in zit. Maak daarom gebruik van labels. Dit is veel fijner. Zo weet iedereen bij jou in huis waar ze spullen op kunnen bergen en wat waar in zit. Je kunt dit met stift (en tape) ergens op schrijven en als je het echt netjes wilt kun je ook etiketten online bestellen.

Sonja: “Ik had allemaal bakjes in mijn werkkamer met mijn knutselspullen, maar kon zelden snel wat vinden. Toen heb ik bij Avery prachtige labels besteld. Ik geniet er nog elke dag van.”

4. Maak gebruik van muurruimte om je spullen te organiseren

Installatie van planken aan de muur kan veel vloerruimte vrijmaken. Gebruik muurhaken voor het ophangen van tassen, jassen of sieraden.

Hermien: “Onze garage was werkelijk een bende. Overal lagen spullen op de vloer. Nu hebben we een hele muur vol met planken en gelabelde opbergbakken. Heerlijk, de hele vloer is bijna leeg en we hebben overzicht.”

5. Investeer in opbergmeubels

Meubels met ingebouwde opslag zoals een bed met lades kunnen helpen om de ruimte efficiënt te gebruiken.

Diede: “Wij hebben een kleine woonkamer en daarom bewust gekozen voor een salontafel én een bank met opbergruimte. Ideaal!”

6. Creëer een donatiestation

Ontspullen gaat altijd door. Daarom is het handig om een donatiestation in huis te hebben. Kan een item weg? Doe het in die specifieke mand of doos. En zorg zo nu en dan voor een nieuwe bestemming van je spullen in je donatiestation.

Frieda: “Wij hebben in de bijkeuken een aantal bakken. Eentje voor het glas, eentje voor oud papier, eentje voor statiegeldflessen en nu ook eentje voor spullen die we willen doneren. Ideaal. Zo blijft ons huis opgeruimd.”

7. Groepeer

Houd gelijksoortige items bij elkaar. Dit klinkt logisch, maar dit is soms lastiger dan je denkt. Heb je alle batterijen op één plek? En schoonmaakmiddelen? En hoe zit het met medicijnen en ehbo-spulletjes? Bedenk terwijl je spullen opruimt of je elders ook nog iets uit die groep hebt liggen.

8. Gebruik ladeverdelers om je spullen te organiseren

Een rommellade wordt iets minder rommelig met een ladeverdeler. Ladeverdelers zijn perfect voor het scheiden van kleinere items zoals sieraden, kantoorbenodigdheden of ondergoed.

organiseren

9. Plan regelmatige onderhoudssessies

Maak eens in de zoveel tijd een afspraak met jezelf om je huis te onderhouden. Opruimen is makkelijker als het regelmatig wordt gedaan.

10. Wees flexibel met je systeem

Check zo nu en dan of je systeem nog wel voor je werkt of dat jij je spullen anders moet organiseren. Is je keukenkastje nog wel handig ingedeeld? En je voorraadkast? Kun je altijd goed bij de spullen die je dagelijks gebruikt?

Het onthoud, het hoeft allemaal niet perfect, zolang het maar voor jouw werkt.

Hoe maak je een kinderkamer prikkelarm?

Een prikkelarme kinderkamer kan kinderen helpen om beter te ontspannen, zich te concentreren en te slapen, vooral als ze snel overweldigd raken door sensorische informatie. In een slaapkamer dat prikkelarm is hoeven kinderen veel minder te registreren voor het slapengaan en dat geeft rust. Maar is een minimalistische kinderkamer automatisch ook prikkelarm? En moet de kinderkamer dan vooral wit zijn?

Ik kan je nu alvast verklappen dat dit absoluut niet zo is. Sterker nog, witte muren kunnen juist heel hard aankomen. Maar wat kun je dan wel doen? Ik geef je hierbij een aantal tips om de slaapkamer van je kind (of die van je zelf!) prikkelarm te maken.

6 tips voor een prikkelarme slaapkamer

1) Gebruik zachte kleuren

Je hoeft natuurlijk niet zachtgeel te gebruiken wanneer je kind van groen houdt, maar indien je kind gevoelig is voor omgevingsprikkels kun je wel beter voor zachte en rustige kleuren zoals pasteltinten of aardetinten kiezen. Warme kleuren geven energie en koele kleuren geven rust. Kies liever niet voor drukke patronen of felle kleuren die overstimulerend kunnen werken. Je kind moet het uiteraard zelf wel mooi vinden en zich er fijn bij voelen.

2) Minimalistische inrichting

Je slaapt zelf natuurlijk ook veel beter in een opgeruimde slaapkamer dat prikkelarm is. Zorg dan ook dat de slaapkamer van je kind niet volgestouwd is met spullen, maar richt het zo in dat er veel opbergruimte is en alles gemakkelijk en snel op te bergen is. Er kan heus wel iets aan speelgoed liggen, maar overdrijf het niet. De slaapkamer is over het algemeen voor het slapen. Vooral kleine kinderen spelen meestal beneden. En vergeet niet: wat je niet hebt, hoef je ook niet op te ruimen. 😉 Let bij oudere kinderen en pubers er op dat er geen huiswerk in het zicht ligt ’s avonds of ander werk dat nog moet worden gedaan. Dat geldt natuurlijk ook voor jezelf. Ruim spullen die niet in de slaapkamer horen op! (dus geen volle wasmanden of strijkwerk in de slaapkamer!)

Geke: “Wij bewaarden eerst al het speelgoed van onze kinderen op hun slaapkamers. Maar we merkten dat vooral onze dochter daar heel onrustig van werd. Toen hebben we op wat knuffels en boeken na, alles weggehaald. Ze vind het heerlijk en slaapt veel rustiger.”

prikkelarm slaapkamer

3) Aangepaste Verlichting

Licht heeft veel invloed op de sfeer in een kamer. Is er zachte of dimbare verlichting aanwezig? En zijn misschien verduisterende gordijnen ook handiger in verband met de straatverlichting voor huis? En vind je kind een klein nachtlampje ook fijn of juist niet?

4) Geluidsdempende materialen

Een slaapkamer mag ‘zacht’ aanvoelen, dit is voor het geluid ook fijner. Gebruik daarom vloerbedekking (heerlijk voor de blote voetjes) of een fijn kindervloerkleed op de vloer. Ook kun je mooie dikke gordijnen ophangen en kussens op het bed leggen.

Bea: “De slaapkamer van onze zoon (6) voelde wat kil aan. De slaapkamer is best groot en ook het geluid was er niet fijn. Nu ligt er een speelkleed auto op de vloer en hebben we een wandkleed en dikke gordijnen opgehangen. Dit geeft een wereld van verschil. Daarnaast vind hij het heerlijk om met zijn autootjes in alle rust op zijn autospeelkleed te spelen.”

5) Persoonlijke Voorkeuren

Houd rekening met de individuele gevoeligheden van het kind, zoals voorkeur voor bepaalde stoffen of aversie tegen specifieke texturen. En klets voor het slapengaan gezellig even met je kind. Vraag eens: wat ruik je? Wat voel je? Wat hoor je? En wat zie je? Zo kwam ik er achter dat mijn zoontje de prachtige stoffen hertenkop aan de muur, ’s nachts maar spannend vond en daar bang van werd.

6) Veilige Ruimte

Het is erg belangrijk dat de slaapkamer als een veilige ruimte voor je kind voelt. Sommige kinderen vinden, als de slaapkamer wat groter is, het fijn om in een klein tentje o.i.d. te zitten, zodat ze zich kunnen terugtrekken als ze overweldigd raken. Voor andere kinderen is een lampje, een knuffel of een open deur weer erg belangrijk. Kijk naar de behoeften van je kind.

Lees ook:

– 10 dingen om nu weg te gooien uit de slaapkamer van je kind
– 10 tips voor een nette kinderkledingkast
– De 5 beste tips om kinderen te leren opruimen
– Minimalisme in de kinderslaapkamer

minimaliseren in je wasruimte

Minimaliseren in de wasruimte

Loop eens naar je wasruimte. Het maakt niet uit hoe groot of klein die is. Zeg eens eerlijk? Hoeveel potjes, pakjes en flessen heb je daar lekker door elkaar op een plankje staan? En wat voor andere spullen liggen er die er eigenlijk helemaal niet nodig zijn? Losse sokken, knopen, muntstukken, kapotte knijpers? De was doen is niet ieders favoriete bezigheid, maar het moet in veel gezinnen toch bijna dagelijks gebeuren. Je brengt dus best veel tijd door in je wasruimte, laat het dan ook een fijne, nette en lichte ruimte zijn. 

Vijf tips voor een nette minimalistische wasruimte

1) Wasmanden in de wasruimte

wasmanden in kast in wasruimte

Je hebt eigenlijk twee soorten wasmanden. Een paar om je was in te vervoeren en een paar om je was in te schiften. Van wasmanden om je was in te vervoeren heb je niet veel nodig. Een of desnoods twee moet genoeg zijn. Het handigst is wanneer ze ook nestbaar zijn en handig in gebruik, zoals deze van wit organic kunststof

Van wasmanden om je was in te schiften heb je er vaak meer nodig, afhankelijk van de hoeveelheid soorten was die je hebt en de ruimte om ze te stallen. Het mooiste is om alle wasmanden wel weg te werken in een kast of op planken. Zit je wasruimte op zolder en heb je een schuine wand? Zet de wasmanden daaronder. Heb je een kleine maar wel een hoge wasruimte? Je kunt ook wasmanden bovenelkaar ophangen. Zoek de geschikte wasmanden voor jouw wasruimte. Op mijn pinterestpagina vind je genoeg inspiratie.

2) Wasmiddel

wasmiddel in glazen potten in wasruimte
Doe je wasmiddel en knijpers eens in mooie glazen potten. Daar knapt je wasruimte van op!

Hoeveel flessen wasmiddel heb je staan? Welke gebruik je? Welke zijn echt nodig? Waszakjes kunnen handig zijn om kwetsbare kleding te beschermen in je wasmachine. Maar colorcatchdoekjes zijn niet nodig. Daarvoor in de plaats kun je een klein scheutje natuurazijn bij je was doen in het wasverzachtersbakje. Dit voorkomt het doorlopen van kleuren en je was wordt er nog lekker zacht van ook!

Bekijk hier de fijnste eco-wasmiddelen.

Maar je hebt natuurlijk tegenwoordig ook wasstrips! Deze nemen al helemaal bijna geen ruimte in.

3) Minimaliseer je wasruimte

Kijk eens op je heen in je wasruimte. Maak desnoods een stufflist, zodat je er echt bewust van wordt wat voor spullen je er hebt liggen. Wat zou je meer weg kunnen doen? Heb je echt al die droogrekjes nodig? Staan er dingen die er eigenlijk niet thuis horen? Maak van je wasruimte een wasruimte en geen opslagplaats voor andere dingen.

4) Maak routine

minimalistisch

Het handig zijn om volgens een wasschema te werken of iedere dag even aandacht te schenken aan de was. Ook kun je de was in je dagstart of dagafsluiting verwerken. Bijvoorbeeld ’s avonds als je de kinderen naar bed hebt gebracht, vouw je de schone was op en verzamel je alle vieze was en zet je de wasmachine met een tijdklok klaar voor de nacht of de ochtend. En ’s ochtends als je de kinderen naar school hebt gebracht, hang je de was op. Het is maar net wat voor jou handig werkt. Als je vaker één was draait in plaats van alle was op één dag, heb je ook minder droogrekjes en droogruimte nodig. En door de was in je avond en/of ochtendroutine te verwerken hoef je er overdag niet meer aan te denken en heb je tijd voor veel leukere dingen. Lees ook deze blog over hoe jij je was bij kan houden.

5) Minimaliseer in kosten

wasmachine

Wist je dat een gezin met een zuinige wasdroger zo’n 250 kWh per jaar verbruikt? Dat is in 10 jaar zo’n 2500 kWh ofwel 575 euro. Zonde van het geld toch? Ik zeg niet dat je gelijk je wasdroger weg moeten maar je kunt je op je minst eens afvragen of je het apparaat echt wel nodig hebt. Het scheelt geld, energie en ruimte als je geen droger hebt. Een wasje draaien kost gemiddeld 1 euro per keer. Als je op 30 graden wast iets minder en op 90 graden weer wat meer. Verder kun je natuurlijk kijken naar hoeveel water en energie je wasmachine verbruikt, en wassen tijdens daluren (als je nachtstroom hebt). Veel mensen hebben tegenwoordig ook zonnepanelen. Gebruik dan energie wanneer de zon schijnt!

Is je wasmachine stuk? Om het milieu én je portemonnee te besparen kun je ook een tweedehands wasmachine kopen.

Probeer ook wasmiddel goed te doseren en niet heter te wassen dan nodig is. Als je kleding trouwens vaak wast, slijten ze ook eerder en moet je weer eerder nieuw kopen. Vaak kun je kledingstukken ook prima even buiten hangen te luchten. Lees ook deze blog over hoe jij je kleding langer mooi houdt.

Aanrader: Er zijn ook wasballen te koop waardoor je minder wasmiddel nodig hebt, geen wasverzachter en je was toch heerlijk zacht wordt! 

Tip: Wil je de handdoeken beslist in de droger, omdat ze dan lekker zacht worden? Doe de handdoeken voordat je ze ophangt eerst even 20 minuten in de droger. Dit is lang genoeg voor een zacht resultaat.

Kijk hier voor meer tips voor het MM-huishoudsysteem.

Lees ook:
– Wassen met een wasstrip
– De 5 fijnste eco-wasmiddelen
– De poetslijst voor de wasruimte
– Dagtaak: beddengoed verschonen
– Wasmachine Doe-Het-Zelf Tips: Veel Voorkomende Problemen en Oplossingen

Wil je graag leren om te minimaliseren? Dan zijn deze twee e-books zeker iets voor jou:

Wil je graag alle nieuwe blogs in je mailbox ontvangen? Laat dan hiernaast je mailadres achter. En lees je dit op je telefoon? Dan kun je dat bijna helemaal onderaan de pagina doen.

De 8 fijnste bedjes voor je baby

Als je zwanger bent moet er natuurlijk een fijn slaapplekje komen voor je baby. Maar er zijn zoveel fijne bedjes voor je baby dat je door de bomen het bos al snel niet meer ziet. Ik vroeg jullie via mijn socials wat jullie ervaringen zijn, zodat het hopelijk anderen weer kan helpen om een goede keuze te maken.

1. Wieg

Een wieg is een klein, knus bedje dat meestal gebruikt wordt voor pasgeboren baby’s tot ongeveer 3 tot 6 maanden oud. Wiegen zijn vaak draagbaar en kunnen soms een schommelende beweging maken, wat sommige baby’s helpt om beter te slapen.

Evi: “Wij hebben een familiewieg. Vol trots had ik er lakentjes en dekentjes voor gekocht. Al maanden voor de geboorte stond hij in de kamer te pronken. Ik kon niet wachten om ons kindje er in te laten slapen. Toen onze zoon geboren werd, heeft hij er amper in gelegen. Hij vond het er helemaal niet fijn. Hij wilde het liefst gewoon bij mama zijn, lekker slapen in de draagdoek en ’s nachts naast mama in bed.”

Saar: “Zo lang ze in de wieg pasten, sliepen ze in de wieg naast ons bed op onze kamer. Daarna sliepen ze in een ledikant op eigen hun kamer, maar vaak in de nacht alsnog op onze kamer (ook een klein ledikantje). Inmiddels zijn ze 3 en 6 jaar en slapen ze nog steeds vaak op onze kamer: matras formaat 70×140 past precies naast het bed op de grond, aan beide zijden.”

Annette: “Mijn oudste lag meteen in een wieg op haar eigen kamer. De jongste heeft in eerste instantie nog even bij mij op de kamer gelegen, maar wat maken baby’s een herrie met slapen, ik sliep er zelf niet van. Toen is hij verhuisd naar de wieg op zijn kamer. Met een maand of negen gingen ze over naar een ledikant. De oudste kreeg een bed toen de jongste het ledikant ‘nodig’ had.”

2. Co-sleeper of aanschuifbedje

Een co-sleeper is een bedje dat aan één kant open is en kan worden bevestigd aan het ouderlijk bed. Dit maakt het gemakkelijker om ’s nachts te voeden en te troosten zonder dat je je bed uit hoeft.

Karin: “Cosleeper werkte niet, bij mama in bed werkte goed. Toen ze een jaar of 2 waren kregen ze op hun eigen kamer een eenpersoonsbed, waar ik dan met ze sliep en wegglipte als het kon (en ’s nachts zo nodig terug bij kroop).”

B: “We hebben een cosleeper, naar vaak en vooral ’s nachts ligt meneer (nu 9 mndn) prinsheerlijk op het grote bed, bij voorkeur bij mama.”

interior of baby room

3. Ledikant

Een ledikant is een bedje met spijlen waarin een baby kan slapen vanaf de geboorte tot ongeveer 2 of 3 jaar oud. Het voordeel van een ledikant is dat het meegroeit met je kindje; de bodem kan vaak versteld worden en de zijdes kunnen verwijderd worden als je kind ouder wordt.

Tessa: Mijn oudste zoon sliep meteen in zijn ledikant, de middelste en jongste eerst in een babynest bij mij in bed, daarna ook naar een eigen ledikant. Nu liggen de oudste twee (5 en 3 jaar) bij mij in bed als mijn man/hun vader weg is voor werk. Uiteindelijk slapen zij (en ik ook) het beste als ze naast me liggen. Ze zijn dan veel rustiger en worden eigenlijk niet wakker. Ik slaap (fysiek) wel beter als ze in hun eigen bed liggen, maar het is mentaal wel fijner dat ze naast me liggen.” 😉

Silvia: “Al mijn drie kindjes zijn begonnen bij ons in de slaapkamer. De oudste eerst in een ledikant naast ons bed en hierna het ledikant omgebouwd tot co-sleeper. Uiteindelijk belandde ze bij ons in bed. Nu ligt onze 3e meeste van de tijd ook bij ons in bed/naast mij en heel soms nog in de co-sleeper.”

Alie: “Mijn kinderen zijn inmiddels volwassen. Bij nummer 1 volgde ik kort het advies ‘eigen bed, eigen kamer, laten huilen’. Toen waren we alledrie afgepeigerd en hadden we vele kilometers op de slaapkamer heen en weer gelopen. Dus bij ons in bed genomen. Bij nummer 2 en 3 stond wieg/ledikant naast ons bed, maar sliepen ze voornamelijk bij ons. Ook heel makkelijk met de borstvoeding. Met gemiddeld 2,5 jaar gingen ze naar hun eigen kamer. “

4. Mozesmandje

Het Mozesmandje is een klein, draagbaar bedje dat vaak gemaakt is van natuurlijke materialen zoals riet of bamboe. Dit type bedje is geschikt voor de eerste paar maanden van een baby’s leven.

Dorien: “’s Nachts slaapt mijn baby van 13 weken dicht tegen me aan. Overdag slaapt hij meestal op mij, al dan niet in de draagdoek. Af en toe leg ik hem in zijn mozesmandje. Het is ons 4de kindje en we hebben intussen geleerd dat ledikantjes, co-sleepers en zelfs een box niet bij ons passen. En dat is helemaal oké, dit werkt voor ons het beste.”

5. Meegroeibed

Een meegroeibed kan omgebouwd worden van een babybedje naar een peuterbed en soms zelfs naar een eenpersoonsbed. Deze bedden zijn een lange termijn investering omdat ze aangepast kunnen worden naarmate je kind groeit.

Sonja: “Wij hadden een drie in één bed. Eerst is het een ledikantje met hoge bodem, daarna kun je het ombouwen tot een ledikant met lage bodem en daarna tot een peuterbed. Dit vind ik echt wel ideaal. Ons kindje (nu 4) slaapt er nog in.”

babynestje

6. Babynestje

Een babynestje is een soort zacht matrasje met opstaande randen waar een baby comfortabel en geborgen in kan liggen. Het is vooral handig voor dutjes overdag en kan binnen in een ledikant of wieg geplaatst worden.

Diede: “Ik kreeg een babynestje als kraamcadeau, en het was voor de eerste weken ideaal. Het babynestje lagen we bij ons in bed en onze dochter sliep er heerlijk in.”

7. Kinderwagen

Het hangt een beetje van de kinderwagen af, maar gemiddeld kun je die gebruiken als bedje tot je kind ca. 6 maanden is.

Zoe: De oudste sliep de eerste 6 weken in het kinderwagenbedje naast ons bed en daarna in het ledikant op zijn eigen kamer.

Sandra: “De eerste nacht hadden we de wandelwagenbak naast bed. Ik werd gillend gek, bij elk zuchtje was ik wakker. Dus vanaf nacht 2 had ik onze oudste op z’n eigen kamer in een wiegje waar ik zelf ook als baby in had gelegen. Beneden in de woonkamer hadden we nog een wiegje uit de familie van mijn man. Onze tweede heeft dus nooit bij ons op de kamer gelegen.”

8. In het grote bed

Het komst steeds vaker voor dat kinderen bij ouders in bed slapen. Ik veel landen is dit altijd gewoon geweest, maar ook hier in Nederland wordt het steeds meer geaccepteerd. Let altijd wel op de veiligheid van je baby!

Evelien: “Beide kinderen hebben bij ons in bed geslapen. We hadden wel een ledikant omgebouwd tot een co-sleeper. Ik gaf borstvoeding (beide tot ze 3,5 jaar waren). Ik vond het heel makkelijk, zo hoefde ik er niet uit om ze eten te geven ’s nachts. Zo hadden we allemaal voldoende slaap. Ik lette er wel op dat ik in maternale houding sliep (arm onderaan het kussen zodat kind niet in het kussen kon liggen en mijn benen opgetrokken zodat ze ook niet naar onder konden zakken onder de lakens).”

Geertje: “We hadden het allemaal: co-sleeper, wieg, babynestje en wandelwagen en toch sliepen onze baby’s het liefst en het best in de draagzak/draagdoek of tussen ons in op bed. Bij de eerste 2 nog veel strijd geleverd met poging om ze perse in de wieg te krijgen, maar bij nr. 3 en nr. 4 zijn we een stuk relaxter. Slaap=slaap!”

Wat me vooral uit jullie reacties opviel is dat de meeste kinderen toch het liefste dicht bij papa en mama willen slapen. Ieder huishouden is anders, iedere baby is anders en ieder type bed heeft zijn eigen voor- en nadelen. Volg je gevoel bij het kiezen van een bedje. Zorg ervoor dat welk bed je ook kiest, het voldoet aan de veiligheidsnormen en comfortabel en veilig is voor je baby.